Nog klettert in deze aprilmaand de hagel tegen de ramen en we kijken met verlangen uit naar een mooie (?) meimaand.
Hoeveel meer zal dit verlangen in vroeger tijden hebben bestaan, waarbij kou vaak ook dóór het huis tochtte.
Dan valt te begrijpen dat de meimaand met veel vreugde werd begroet, zoals uit de tekst van dit meiliedeken te distilleren valt.
De aangename tijd is hier,
Men zal gaan vreugde maken;
De jonkheid, die is vol plezier
Hij zal aan 't dansen geraken.
De Meiboom is geplant,
Zij dansen hand aan hand:
refrein: Lach op, mijn lief Cathrintje,
Schep goede moed en wees verblijd,
Gij zijt een engelintje,
Gij zult worden gevrijd
Ook Adriaan en Dries ter been
Met Trien en Mie Cornele,
De speelman met zijn vigeleen
Die is ook aan het spelen
Een dansken naar de zin
Van Cupidokens min:
refrein:Lach op, mijn lief Cathrintje, enz.
Catharintje sprak met goed fatsoen:
't Zal niet aan mij mankeren
Als ik maar mondje bij mag doen
Dat is naar mijn begeren,
En gaan met de jonkmans
Dansen om de krans:
refrein:Lach op, mijn lief Cathrintje,enz.
Een ieder die was zeer verblijd
Om dat aardig dansen;
Cathrintje is een frisse meid.
Adriaan wil herkansen.
Hij zei: Cathrintje snel,
Gij danst zo wonderwel:
refrein:
En als het dansen is gedaan
Dan aan het caresseren
Tot dat bijna de dag komt aan,
Catharien zal niets mankeren,
Dan gaat zij naar de stal
En zingt met blij geschal.
Oorlof dan meiskens, wie gij zijt,
En wilt geen dansen sparen,
De aangename zomertijd
Die komt maar alle jaren
Als het weer van kermis is
Dan speelt de speelman fris
refrein: Lach op, mijn lieve Catharien,
Schep goede moed en wees verblijd,
Gij zijt een lieve engelien,
Gij zult worden gevrijd