
Voorts hebben mijn ouders, tot het moment dat het echt niet meer ging in koren gezongen. Toen mijn ouders elkaar leerden kennen, zong mijn moeder al bij de "Stem de Volks" onder leiding van Anton Krelage.
Mijn vader werd daarop ook lid van dat koor. Omdat mijn vader in WOII (1942) door de Duitsers van zijn bed werd gelicht vanwege zijn lidmaatschap van de communistische partij en activiteiten in een verzetsgroep kwam hier uiteraard een einde aan.
Eenmaal in Apeldoorn wonend werden zij weer lid van een zangkoor waaraan ikzelf verder geen herinneringen heb, maar toen zij eenmaal weer in Amsterdam woonden, gingen zij zingen bij de Christelijke Oratorium Vereniging, onder leiding van Simon C. Jansen. Het koor repeteerde, o ironie in hetzelfde gebouw in de Gerrit van der Veenstraat waar mijn vader werd verhoord door Willy Lages. Maar dit terzijde.
Ik zal wel als kind wel flink gezeurd hebben, want ik mocht al op jonge leeftijd mee naar de generale repetitie van de Mattheüs Passion. Zo kon het gebeuren dat ik als jochie daar in de zaal van het Concertgebouw door deze prachtige muziek werd overspoeld. Het koor werd begeleid door het Kunstmaandorkest en hadden als solisten ondermeer Aafje Heinis en Max van Egmont. Voor mij was het vooral een wachten tot het koor weer een koraal begon te zingen. Het kan niet anders dat je als kind hierdoor op een bepaald muzikaal spoor wordt gezet.
Het kon dan ook bijna niet anders, dan toen wij eenmaal in Westfriesland kwamen te wonen en mijn ouders bij Sappho een koor in Hoorn, ik me ook aansloot bij dit koor.
Dit koor had zich meer toegelegd op het zingen van werken van Haydn, Mozart en dat soort componisten. Werken als Die Jahreszeiten van Haydn, Britten, Mozart en meer.
Deze muziek kon zong ik met veel plezier, maar ik vind het nadeel van een dergelijk koor is dat zij bij uitvoeringen afhankelijk zijn van orkesten en solisten.
Dat is en blijft voor een amateurkoor altijd behelpen en erg afhankelijk, van de grillen van muzikanten uit een orkest. Al studeer je als koor de muziek nog zo goed in als het (vaak amateur) orkest onvoldoende zijn ingespeeld op het koor, beïnvloed dat het eindresultaat van een uitvoering.
Ook hoge kosten maken zo'n koor erg afhankelijk van subsidies en twee uitvoeringen per jaar was dan ook het maximaal haalbare. Tijdens de jaarvergaderingen waren de financiën dan ook het belangrijkste onderwerp
Daar had ik uiteindelijk genoeg van en ben in 1985 lid geworden van het pas opgerichte Hoorns Byzantijns Mannenkoor en ben erg blij dat ik mijn steentje mag bijdragen aan dit geweldige koor wat vooral zo gegroeid is in kwaliteit door vakkundig en inspirerend dirigentschap van Grigori Sarolea
De Russisch Orthodoxe Kerkmuziek die dit koor op het repertoire heeft staan is erg inspirerend onderscheidt zich zeer van waar ik mezelf mee bezig houd, maar het kan niet anders zijn dan dat ik geïnspireert en beï word door deze muziek en dat terug is te horen in hetgeen ik zelf ten gehore breng.
Mijn ouders kregen, toen zij nog in Ede, middels de Stichting 40/45 een uitkering van duizend gulden ineens, een gevolg van mijn vaders verzetsverleden.
Nu was duizend gulden een fiks bedrag, zeker omdat mijn ouders in die tijd van 35 gulden in de week moesten zien rond te komen.
Een lijst werd gemaakt van hetgeen zij van dat bedrag zouden kopen en op dat lijstje stond ook een harmonium. Mijn ouders waren inmiddels tot de Gereformeerde kerk toegetreden en dan ligt deze keus kennelijk voor de hand.
Dit instrument, echter zorgde er wel voor dat ik wat ouder geworden, mezelf wat handigheid leerde op dat instrument.
Zo leerde ik me ondermeer mezelf het Largo van Händel aan want dat hoef je nu eenmaal niet zo snel te spelen.
Briljant was mijn spel niet, want toen ik een proeve van mijn kunnen aan mijn oma Wakker liet horen, sprak zij de voor een oma vrij harteloze woorden, "Leuk maar het doet pijn aan mijn oren !".
Later kwam er een piano in huis. Daarom besloot ik later, toen ik met werk mijn eigen inkomen genereerde, om op eigen kosten maar eens pianoles te nemen. Het bleek al snel dat ik de "Arthur Rubinstein" in mezelf wel kon vergeten, alle andere pianisten van enige niveau, speelden zodanig, dat ik dat nooit zou evenaren. Daarom besloot ik de Menuetten en Sonatines hooguit voor eigen genoegen te spelen en me te beperken tot het pianeurschap. Gewoon m'n eigen ding te doen, zo ongeveer wat ik nu doe.
Een overblijfsel uit de vooroorlogse tijd van mijn vader was een bandonion. (een andere bandonion die hij bezat was tengevolge van hongertochten van mijn moeder op de zolder van een boer beland)
Als kind probeerde ik toen wel eens wat mee. Zonder groot resultaat, maar mijn herinnering dat mijn vader daar het Wolgalied op speelde was mij bijgebleven.
Toen ik in de dertig jaar geleden op een veiling op Het Dal in Hoorn een bandonion aantrof was ik op slag verkocht en slaagde er bovendien in voor 250 gulden eigenaar te worden van dat instrument.
Het bleek bij nader inzien om een Duitse concertina te gaan, een aan de bandonion verwant instrument dat ondanks zijn ouderdom van toen zo'n 125 jaar, in perfekt bespeelbare staat bleek te verkeren.
Dat instrument moest ik leren te bespelen!
Ik heb me dat zelf aangeleerd, met veel vallen en opstaan omdat het nu eenmaal tot één van de moeilijks te bespelen instrumenten wordt gerekend. Wisseltonig is het instrument waardoor de accoorden die aan de baskant moest vormen dan wel in trekken of in duwen van de balg moesten worden gespeeld.
De melodie, echter, moet bij wisselen van trekken en duwen ook steeds weer onder andere knoppen worden gevonden en voordat dat op de automatische piloot gaat ben je echt een tijdje verder.
In eerste instantie begon geheel nar familietraditie met het spelen van volksliedjes op het instrument, maar op een gegeven moment had ik het idee dat ik met muziek bezig was die anderen op een veel leukere manier konden brengen en ging ik eerst op zoek naar onbekend werk.
Toen vond ik in een boekje een tekst van de hand van Harry Prenen; "De Maagd Van Wognum" Deze tekst vond ik erg leuk, maar geen melodie te vinden.
Wat nu?
Ik bedacht toen zelf maar een melodie bij de tekst te maken... Aldus geschiedde en toen ik het anderen liet bleek het erg in de smaak te vallen. Toen ook mensen met verstand van muziek zeiden dat tekst en melodie perfekt bij elkaar pasten, besloot ik meer teksten op muziek te zetten.
En ziedaar, inmiddels is het repertoire zo groot dat ik niet alles meer kan laten horen.
Als je thuis wat aan het musiceren bent, neem je het wel eens op. Eerst nog op cassettebandjes, later ondek je de mogelijkheden van de computer en ga je daarmee in/aan de slag.
Dit geknutsel met opnameprogramma's als Wave-lab en later Magix audio studio geeft je de mogelijkheid met meer sporen op te nemen, dus ook meerstemmigheid in
Op zes februari 2003 kreeg ik weer even de geest en produceerde ik Meelijwekkend, vind het zelf aardig genoeg om het hier te publiceren.