De piano

Mijn ouders kregen, toen zij nog in Ede, middels de Stichting 40/45 een uitkering van duizend gulden ineens, een gevolg van mijn vaders verzetsverleden.
Nu was duizend gulden een fiks bedrag, zeker omdat mijn ouders in die tijd van 35 gulden in de week moesten zien rond te komen.
Een lijst werd gemaakt van hetgeen zij van dat bedrag zouden kopen en op dat lijstje stond ook een harmonium. Mijn ouders waren inmiddels tot de Gereformeerde kerk toegetreden en dan ligt deze keus kennelijk voor de hand. Dit instrument, echter zorgde er wel voor dat ik wat ouder geworden, mezelf wat handigheid leerde op dat instrument.
Zo leerde ik me ondermeer mezelf het Largo van Händel aan want dat hoef je nu eenmaal niet zo snel te spelen.
Briljant was mijn spel niet, want toen ik een proeve van mijn kunnen aan mijn oma Wakker liet horen, sprak zij de voor een oma vrij harteloze woorden, "Leuk maar het doet pijn aan mijn oren !".
Later kwam er een piano in huis. Daarom besloot ik later, toen ik met werk mijn eigen inkomen genereerde, om op eigen kosten maar eens pianoles te nemen. Het bleek al snel dat ik de "Arthur Rubinstein" in mezelf wel kon vergeten, alle andere pianisten van enige niveau, speelden zodanig, dat ik dat nooit zou evenaren. Daarom besloot ik de Menuetten en Sonatines hooguit voor eigen genoegen te spelen en me te beperken tot het pianeurschap. Gewoon m'n eigen ding te doen, zo ongeveer wat ik nu doe.

De bandonion

Een overblijfsel uit de vooroorlogse tijd van mijn vader was een bandonion. (een andere bandonion die hij bezat was tengevolge van hongertochten van mijn moeder op de zolder van een boer beland)
Als kind probeerde ik toen wel eens wat mee. Zonder groot resultaat, maar mijn herinnering dat mijn vader daar het Wolgalied op speelde was mij bijgebleven.
Toen ik in de dertig jaar geleden op een veiling op Het Dal in Hoorn een bandonion aantrof was ik op slag verkocht en slaagde er bovendien in voor 250 gulden eigenaar te worden van dat instrument.
Het bleek bij nader inzien om een Duitse concertina te gaan, een aan de bandonion verwant instrument dat ondanks zijn ouderdom van toen zo'n 125 jaar, in perfekt bespeelbare staat bleek te verkeren.
Dat instrument moest ik leren te bespelen!
Ik heb me dat zelf aangeleerd, met veel vallen en opstaan omdat het nu eenmaal tot één van de moeilijks te bespelen instrumenten wordt gerekend. Wisseltonig is het instrument waardoor de accoorden die aan de baskant moest vormen dan wel in trekken of in duwen van de balg moesten worden gespeeld.
De melodie, echter, moet bij wisselen van trekken en duwen ook steeds weer onder andere knoppen worden gevonden en voordat dat op de automatische piloot gaat ben je echt een tijdje verder.

In eerste instantie begon geheel nar familietraditie met het spelen van volksliedjes op het instrument, maar op een gegeven moment had ik het idee dat ik met muziek bezig was die anderen op een veel leukere manier konden brengen en ging ik eerst op zoek naar onbekend werk.
Toen vond ik in een boekje een tekst van de hand van Harry Prenen; "De Maagd Van Wognum" Deze tekst vond ik erg leuk, maar geen melodie te vinden.
Wat nu?
Ik bedacht toen zelf maar een melodie bij de tekst te maken... Aldus geschiedde en toen ik het anderen liet bleek het erg in de smaak te vallen. Toen ook mensen met verstand van muziek zeiden dat tekst en melodie perfekt bij elkaar pasten, besloot ik meer teksten op muziek te zetten.
En ziedaar, inmiddels is het repertoire zo groot dat ik niet alles meer kan laten horen.

CD-opnamen

Als je thuis wat aan het musiceren bent, neem je het wel eens op. Eerst nog op cassettebandjes, later ondek je de mogelijkheden van de computer en ga je daarmee in/aan de slag.
Dit geknutsel met opnameprogramma's als Wave-lab en later Magix audio studio geeft je de mogelijkheid met meer sporen op te nemen, dus ook meerstemmigheid in

Tot slot. Het volgende gedicht, een Herinnering schreef onlangs op, tijdens een aanval van melancholie.
In het kader van het V.O.C, - jaar wat in Hoorn nogal schijnt te leven bedacht ik me dat het wel aardig zou zijn om een een paar liedjes te schrijven gewijd aan dit onderwerp.
Het eerste wat de vorm heeft van een ballade:Avondzang en Geronselt, Dan volgt Hijs de zeilen
O ja, de directe aanleiding voor het schrijven was een wedstrijd die Sysifus (een Hoornse literaire kring)in 2002 in het kader van het VOC-jaar werd uitschreef.
Tot mijn verbazing won ik ook nog de eerste prijs met mijn inzending!
Met het lied Hijs de zeilen, licht het anker!.

Op zes februari 2003 kreeg ik weer even de geest en produceerde ik Meelijwekkend, vind het zelf aardig genoeg om het hier te publiceren.