Avondlijk zwijgen

Jan Engelman

Hij dreef dien avond als een waterbloem
zo koel en vredig in den groten brand:
de lucht vol vlammen en een late doem
van dode droomen op het najaarsland.

De eenling zwemmend tot zich zelven sprak,
besteeg den oever, wreef zich met geril.
Een steen die viel kon nauw het spiegelvlak
met flauwe kringen breken en 't werd stil.

Hij wist: wanneer zijn mond de woorden zweeg
ging alles dieper, want de weg is ver
tot and're harten en de wereld leeg.
Zie, in die stilte rees de avondster.

Anton Greefkes © 28-09-2000 Zwaag

Muziek: Anton Greefkes


Luister hier