Nicolaas Bellamy

1757 - 1786

Nicolaas Bellamy

Jacobus Bellamy heeft slechts achtentwintig jaar geleefd, van 1757 tot 1786. Zijn literaire oeuvre is niet groot, maar één gedicht is schrijvers, componisten en vertalers blijven inspireren: `Roosje`.

 

In 1777 zette Bellamy zijn eerste echte schreden op het dichterspad als aspirantlid van het Haagse dichtgenootschap Kunstliefde Spaart Geen Vlijt. In datzelfde jaar ontmoette hij ook Francisca Baane, dochter van een in 1760 overleden scheepskapitein. Op slag was hij verliefd. In de eerste liefdesgedichten die Bellamy voor haar schreef, noemde hij haar Roosje. Maar Fransjes moeder zag de bakkersknecht helemaal niet zitten. Ze stuurde haar dochter naar een tante in Goes en verbood elk contact. Fransje verloofde zich zelfs met iemand anders, maar die stierf voor het tot een bruiloft kwam. Bellamy zocht opnieuw contact en er ontwikkelde zich een geheime relatie, per brief en in de achterkamer van suikerbakker Johan de Vey aan de Vlissingse Nieuwendijk.

In 1782 vertrok Bellamy naar Utrecht om te studeren. Hij bleef corresponderen met Fransje en klaagde in zijn brieven vaak over koorts, keelpijn, hoesten en reumatische pijnen. Op 11 maart 1786 overleed hij. Omdat de waterwegen bevroren waren, duurde het vijf dagen voor de berichten van zijn dood Vlissingen bereikten. Daardoor wist Fransje pas op de dag van zijn begrafenis dat haar geliefde dood was. Betje Wolff schreef naar aanleiding van Bellamy`s overlijden:

Een brief? – van wien? – wat wordt aan mij geschreven! – Hoe trilt mijn hand! – hoe klopt mijn hart zo zeer! – Ik breek hem op, en al mijn ving`ren beeven. Ik lees – maar neen – niet verder – menschlyck leven! – Droom! – schaduw! – Bellamy! – myn God! Hij leeft niet meer!

Het is niet vergezocht om in het in 1784 geschreven gedicht `Roosje`, dat gaat over een Walchers meisje dat door een aanbidder in zee wordt gedragen waarna beiden verdrinken, de verwoording te zien van een onbereikbare liefde. Kan de liefde niet vervuld worden, dan liever samen sterven.

Bron:Recensies Roosje, uit de PZC van 6 september 2002