Ida Gerhardt werd geboren in de Haarstraat in Gorinchem uit het huwelijk tussen Dirk Reinnier Gerhardt en Ida Blankevoort in een gezin bestaande uit drie meisjes, Truus (welke ook dichteres zou worden) en een jongere zus Mia. Ida’s vader was directeur van de ambachtsschool in Gorichem en haar moeder was een sterk overheersende vrouw. Die
Toen haar vader directeur werd van een ambachtsschool in Schiedam werd verhuisde het gezin Gerhardt naar deze plaats.
Haar schoolopleiding volgde zij ondermeer aan Erasmiaans gymnasium te Rotterdam, n van haar leraren was de dichter J.H. Leopold, die haar werk benvloed heeft.
Daarna studeerde Ida Gerhardt klassieke talen. Ze promoveerde in 1942 op een gedeeltelijke vertaling van ‘De rerum natura’ van Lucretius. Ze studeerde in Leiden en enige tijd in Utrecht. Haar vriendin Marie van der Zeyde zegt hierover: ‘had zij zich in Leiden als een vis in het water gevoeld, in Utrecht was zij veeleer een vis op het droge’.
Vanaf 1937 werkte ze als lerares, de eerste jaren als volontair (onbetaald dus!) aan het gymnasium in Groningen.
Samen met Marie H. van der Zeyde vertaalde ze de psalmen. Ze had er speciaal Hebreeuws voor geleerd. De Katholieke Bijbelstichting nam de psalmen in haar bijbelvertaling op.
Ze woonde tot 1951 in Kampen. Daar werkte ze aan het gymnasium. In de bundels ‘Het veerhuis’ en ‘Sonnetten van een leraar’ zijn haar ervaringen in Kampen verwerkt In 1951 verhuisde ze naar Bilthoven. Hier werkte ze van tot 1963 als lerares klassieke talen aan de Werkplaats van Kees Boeke. Later verhuisde ze naar Eefde.
Haar werk is eenvoudig, maar technisch heel knap en uiterst vormvast waarbij in haar vroegste werk vooral de natuurgedichten opvallen, verder dichtte zij veel over het dichten. Belangrijk voor haar was het om als dichteres het leven van een afstand te bekijken. Ida Gerhardt heeft Ierland vaak bezocht, in haar gedichten zijn de indrukken van deze bezoeken terug te vinden.
De laatste jaren van haar leven woonde Ida Gerhardt in verzorgingstehuis Berkelstaete in Warnsveld.