J.P. Heije was dokter in Amsterdam en is vooral bekend door zijn kinder- en volksliedjes, die lang populair geweest zijn.
Een man, een Man—een Woord, een Woord!...
Een fikse leus van vroeger dagen;Nog klopt mijn hart met sneller slagen
Wanneer mijn oor u klinken hoort:—Een man,een Man—een woord, een Woord!
Jan Pieter Heije werd in 1809 in Amsterdam geboren. Hij studeerde medicijnen en vestige zich als dokter in zijn geboortestad, waar hij al snel actief deelnam aan de bestrijding van de cholera. Hij heeft zich vele gebieden actief ingezet voor zijn medemens.
Hij is vooral bekend geworden als dichter van kinder – en volkslied, waarvan er heel wat bekend zijn geworden n gebleven doordat zij door Smits, Verhulst, Viotta en Richard Hol op muziek zijn gezet.
Volgens Busken Huet was hij de dichterlijkste van de liedjeszangers voor de jeugd.
Heije hoopte door zijn eenvoudige liedjes ‘t volk te verheffen, hij wilde ‘t helpen on “om ‘t meest vrije, vranke, vroede en vrome Volk der wereld te worden”
Tot zijn meest bekende versjes behoren:
Heb je van de Zilveren vloot wel gehoord,
De zilveren Vloot van Spanje?
O schittrende kleuren van Nederlands vlag,
Wat wappert gij fier langs den vloed.
Schildwacht, wend je hoofd zo niet
‘t Is Oranje, ‘t blijft Oranje
Deze drie liedje waren bestemd om gezongen te worden bij de herdenking van onze 50-jarige onafhankelijkheid in 1863.
Andere bekende versjes van Heije beginnen met de volgende regels:
Ferme jongens stoere knapen,
Foei hoe suffend staat gij daar!
De kabels los, de zeilen op,
Daar gaat er op een varen
Een karretje op een Zandweg reed;
De maan scheen helder, de weg was breed,
Het paardje liep met lusten.
In ‘t groene dal in ‘t stille dal,
Waar kleine bloempjes groeien
Daar ruischt een blanke watervel,
En druppels spatten overal,
Om ieder bloempje te besproeien…..
Ook ‘t kleinste!
Uit den grijs bemosten toren
Dringt der klokken hel geluid
Zie!.....op goudbetinte wieken
Daalt de pasgeboren Mei.
Klewin vogelijn op groene tak
Wat zingt ge een lustig lied!
Wie zingt er met Sinterklaas zonder te weten dat de woorden van J.P. Heije zijn:
Zie de maan schijnt door de bomen.
Tegen drankmisbruik waarschuwde hij in het gedicht De kroeg, dat begint met Al in de Plantage, daar is een kroeg, en in een gedichtje,niet zonder ironie, Verdrinken, waarvan het eerste couplet luidt:
O Diepe zee, o wijde plas!
Wat ligt er in uw golven
Al menigeen bedolven!....
Maar toch!—Hoe groot het aantal was
Van hen, die in Uw afgrond zonken,
Toch zijn er vrij wat mr verdronken
In een klein jeneverglas
In Oost-indi wijst hij op de schhuld, die het Nederlandse volk heeft tegenover Indi, zodat hij in zeker opzicht een voorloper is van Multatuli.