Jacob van Lennep stamde uit een deftige Amsterdamse familie. Hij werd in 1802 geboren, studeerde eerst te Amsterdam en daarna in Leiden. In Amsterdam was in die tijd geen universiteit (!)
Wel bestond er ‘t Atheneum Illustre, de Doorluchte School, een instelling voor Hoger onderwijs, die in veel opzichten met onze universiteiten overeenkwam. Men kon echter niet promoveren. wie wilde promoveren moest naar Leiden, Utrecht of Groningen. De Hoger-Onderwijswet van 1876 gaf ‘t Amsterdamse Atheneum Illustre ‘t jus promovendi, dwz ‘t recht om de doctorsbul uit te reiken, waarmee de Doorluchte School tot universiteit werd.
Na zijn promotie vestigde Van Lennep zich als advocaat in zijn geboortestad. In Leiden had hij ook colleges van Bilderdijk gevolgd en was een tijd bevriend met Da Costa. Maar die vriendschap bekoelde al snel. Van Lennep was een grappenmaker, die het leven niet al te zwaar nam; Da Costa daarentegen was ernstig en voerde onafgebroken strijd tegen de invloed van de Franse Revolutie die op politiek en godsdienstig gebied merkbaar was. Beiden hielden voordrachten: De Costa om zijn toehoorders te stichten of te bekeren, Van Lennep om ze aangenaam bezig te houden.
In het begin van de 19de eeuw had Walter Scott zich beroemd gemaakt met grote verhalende gedichten, waarvan de stof aan de Middeleeuwen was ontleend.
Toen hij in Byron als dichter zijn meerdere moest erkennen, begon hij historische romans te schrijven.
Ook in ons land trokken Scotts werken de aandacht. tot zijn bekende historische romans behooren Waverley, dat ons verplaatst in het midden vn de 18de eeuw, Ivanhoe, dat een beeld geeft van Engeland op het eind van de 12de eeuw en Kenilworth, dat in de tijd van koningin Elisabeth en Leicester speelt. Scotts gedichten en romans werden nagevolgd door Van Lennep. Ook hij schreef een aantal grote verhalende gedichten, de Nederlandse Legenden, waaraan duidelijk merkbaar is, dat hij Scott navolgde. Om een soortgelijke reden als Scott gaat ook Van Lennep historische romans schrijven: de gedichten van Beets vielen bij het publiek meer in de smaak dan de zijne. Van Lennep had zelf nooit een hoge dunk gehad van zijn pozie, hij voelde zich meer tot het proza-verhaal aangetrokken.
Een van zijn bekendste en beste romans is Ferdinant Huyck.. Uit historisch oogpunt zijn er wel aanmerkingen op te maken. Van Lennep wilde voor alles een boeiend verhaal geven; om historische juistheid bekommerde hij zich maar heel weinig. Om zijn verhaal spannender te maken stelde hij sommige dingen anders voor, dan dat ze in werkelijkheid hadden plaats gehad.
Ferdinand Huyck geeft ons een goed beeld van het leven in de eerste helft van de 18de eeuw. Om dat beeld te tekenen hoefde Van Lennep niet eerst de geschiedenisboeken te raadplegen. De hoofdpersoon is de zoon van een 18de-eeuwse magistraat, met wie Van Lennnep, die zelf uit een aristocratische familie stamde, zich nauw verwant voelde. Als kind reeds had hij thuis dikwijls over 18de-eeuwse toestanden en personen horen spreken, hij las graag 18de-eeuwse schrijvers en voelde zich in dat tijdperk thuis.
De tijd, waarin het verhaal speelt, kunnen wij bij benadering vaststellen. De actinhandel van 1720 is nog in volle bloei. Ferdinand Huyck laat de Vliesridder doorgaan voor Czaar Peter de Grote, die in 1716 ons land bezocht. Dat bezoek moet dus nog tamelijk vers in het geheugen moeten hebben gelegen.
Evenals andere romans van Van Lennep is ook Ferdinans Huyck een intrige-roman. De intrige van een roman is een verwikkeling, de opeenvolging der gebeurtenissen, die voortdurend onze aandacht gespannen houdt. wie is eigenlijk die geheimzinnige Vliesridder? Dat is de vraag, die we ons bij het lezen van Ferdinand Huyck steeds wer stellen.
Aan de maatschappelijke toestanden in de 18de eeuw worden we herinnerd door Lodewijk Blaak, de rijke patricirszooen, die harddravers heeft er een eigen jacht op na houdt, en door Reynhove, die het type is van de half verfranste galante patricir uit die dagen. de geheimzinnige Vliesridder met zijn mooie dochter Amelia is een avonturier-edelman, zoals er in de eerstehelft van de 18de eeuw verschillende voorkwamen.
Van Lennep is een boeiend verteller. hij laat het licht vallen op het grappige in personen en toestanden. In de meeste van zijn boeken komen enige komische typen voor. In de Ferdinand Huyck behoren hiertoe Kapitein Pulver, Doedes, drost van Terschelling, Zacharias Heynsz, de slimme politiedienaar en Lucas Helding, de huispoet van Blaek.
De komieke figuur van Weinstbe is een voorbeeld van het lage peil, waarop de grappen van Van Lennep dikwijls staan. ‘t Optreden van een buitenlander, die ‘t Nederlands verhaspelt, wekt de lachlust van het grote publiek op.
Van Lennep is wel genoemd ” de amusanste Nederlander van zijn tijd” En dat is niet overdreven. Twee maal zou hij tot professor benoemd worden, beide keren ging de benoeming aan zijn neus voorbij. Van Lennep werd niet serieus genoeg geacht voor het bekleden van zo’n functie.
Van Lennep was erg populair, iedereen kende hij hem, de verteller was erg geleifd. Oop het Loo was hij een geziene gast, hij whistte met de koninging en correspondeerde met de prins van Ornje, maar ook het gewone volk kende hem. Toen hij,bv., op een dag in Rotterdam uit de trein stapte, werd hij iedereen gegroet, vroeg de buffetjuffrouw, die toch heel wat mensen lende, verwonderd aan de kruier, wie toch wel die grijskop was. De witkiel antwoordde:”Jij bent ook een mooie, ken je onze Van Lennep niet?”
Op een gerenomeerd taal- en letterkundig congres in Brussel verklaarde Van Lennep eens:”Sinds bijna 40 jaar heb ik voornamelijk geleefd van roof en diefstal.” Hiermee doelde hij er op dat hij op schrijver heel wat geld geleend had, wat hij niet altijd kon terugbetalen. Toen hij door een zwaar finaciel verlies getroffen had,maakte hij de opmerking:”’t Zal op bezuinigen aankomen, de kat hebben we al weggedaan” Zulke opmerkingen typeren hem.
tot de bekenste historische romans van Van Lennep behoren verder:
De Pleegzoon, 17de eeuw, tijd van Maurits.
De Roos van Dekama, middeleeuwen, graaf Willem IV.
Aan de vaderlandse geschiedenis ontleende hij ook stof voor een aantal kortere verhalen, die gezamenlijk uitgegeven zijn onder de titel Onze Voorouders. Daarin komt o.a. voor De Gestoorde bruiloft.
Van zijn belangstelling voor Vondel gaf Van Lennep blijk door een complete uitgave van diens werken en door op te treden als voorzitter van de commissie, die voor Vondel een standbeeld wilde oprichten. Dat standbeeld werd in 1867 onthuld. Van Lennep voelde zich toen al niet geheel gezond meer, maar hij wilde zijn werkzaamheden als voorzitter niet aan de ander overdragen. Na de onthulling van het standbeeld vertrok hij naar Oosterbeek om aan te sterken. Van Lennep overleed daar in 1868.
Andere 19de eeuwse schrijvers van historische romans zijn:
Oltmans, 1806-1854,
Het Slot Loevestein,
De Schaapherder.
Mevrouw Bosboom-Toussaint, 1812-1886,
De Delftsche Wonderdokter.
Schimmel, 1823-1906,
Signeur Semeyns,
De Kaptein van de Lijfgarde.
Lodewijk Mulder, 1822-1907.
Jan Faessen.
bron:
Bloemlezing
uit
De Nederlandsche letterkunde
Door C. Apeldoorn
oud-hoofd mulo-school Zaandam
leeraar HBS Amsterdam
en
J. E. Dijkstra
hoofd mulo-school Amsterdam
uitgeverij J. Muuses—- 1933—- Purmerend