Jacob van Lennep

1802 - 1868

Jacob van Lennep

Jacob van Lennep stamde uit een deftige Amsterdamse familie. Hij werd in 1802 geboren, studeerde eerst te Amsterdam en daarna in Leiden. In Amsterdam was in die tijd geen universiteit (!)
Wel bestond er ‘t Atheneum Illustre, de Doorluchte School, een instelling voor Hoger onderwijs, die in veel opzichten met onze universiteiten overeenkwam. Men kon echter niet promoveren. wie wilde promoveren moest naar Leiden, Utrecht of Groningen. De Hoger-Onderwijswet van 1876 gaf ‘t Amsterdamse Atheneum Illustre ‘t jus promovendi, dwz ‘t recht om de doctorsbul uit te reiken, waarmee de Doorluchte School tot universiteit werd.
Na zijn promotie vestigde Van Lennep zich als advocaat in zijn geboortestad. In Leiden had hij ook colleges van Bilderdijk gevolgd en was een tijd bevriend met Da Costa. Maar die vriendschap bekoelde al snel. Van Lennep was een grappenmaker, die het leven niet al te zwaar nam; Da Costa daarentegen was ernstig en voerde onafgebroken strijd tegen de invloed van de Franse Revolutie die op politiek en godsdienstig gebied merkbaar was. Beiden hielden voordrachten: De Costa om zijn toehoorders te stichten of te bekeren, Van Lennep om ze aangenaam bezig te houden.

In het begin van de 19de eeuw had Walter Scott zich beroemd gemaakt met grote verhalende gedichten, waarvan de stof aan de Middeleeuwen was ontleend.
Toen hij in Byron als dichter zijn meerdere moest erkennen, begon hij historische romans te schrijven.

 

Op een gerenomeerd taal- en letterkundig congres in Brussel verklaarde Van Lennep eens:”Sinds bijna 40 jaar heb ik voornamelijk geleefd van roof en diefstal.” Hiermee doelde hij er op dat hij op schrijver heel wat geld geleend had, wat hij niet altijd kon terugbetalen. Toen hij door een zwaar finaciel verlies getroffen had,maakte hij de opmerking:”’t Zal op bezuinigen aankomen, de kat hebben we al weggedaan” Zulke opmerkingen typeren hem.

tot de bekenste historische romans van Van Lennep behoren verder:

De Pleegzoon, 17de eeuw, tijd van Maurits.
De Roos van Dekama, middeleeuwen, graaf Willem IV.

Aan de vaderlandse geschiedenis ontleende hij ook stof voor een aantal kortere verhalen, die gezamenlijk uitgegeven zijn onder de titel Onze Voorouders. Daarin komt o.a. voor De Gestoorde bruiloft.

Van zijn belangstelling voor Vondel gaf Van Lennep blijk door een complete uitgave van diens werken en door op te treden als voorzitter van de commissie, die voor Vondel een standbeeld wilde oprichten. Dat standbeeld werd in 1867 onthuld. Van Lennep voelde zich toen al niet geheel gezond meer, maar hij wilde zijn werkzaamheden als voorzitter niet aan de ander overdragen. Na de onthulling van het standbeeld vertrok hij naar Oosterbeek om aan te sterken. Van Lennep overleed daar in 1868.

Andere 19de eeuwse schrijvers van historische romans zijn:

Oltmans, 1806-1854,
Het Slot Loevestein,
De Schaapherder.

Mevrouw Bosboom-Toussaint, 1812-1886,
De Delftsche Wonderdokter.

Schimmel, 1823-1906,
Signeur Semeyns,
De Kaptein van de Lijfgarde.

Lodewijk Mulder, 1822-1907.
Jan Faessen.

bron:

Bloemlezing
uit
De Nederlandsche letterkunde

Door C. Apeldoorn
oud-hoofd mulo-school Zaandam
leeraar HBS Amsterdam
en

J. E. Dijkstra
hoofd mulo-school Amsterdam

uitgeverij J. Muuses—- 1933—- Purmerend