Het verhaal doet de ronde dat Wim van Dolder meende de stier in prestatie te kunnen verbeteren, en daarbij de daad bij het woord voegde.
Een daad die hem duur kwam te staan, mede omdat Aartje de meid daar getuige van was en niet kon nalaten daar elders verslag van te doen en zoals dat gaat doet zo een verhaal snel de ronde!
In Rhenen op Huis Lievendal
Sloop Wim van Dolder in de stal
Van hei, van ha, van hopsasa
En Aartje ging hem na.
refrein:
O, Wim van Dolder
Van hei, van ha, van hopsasa
En Aartje ging hem na
Toen hij door Aartje werd gesnapt
Is hij snel uit de stal gestapt
Van ki, van ka, van koetjeboe
Ging hij naar Rhenen toe
refrein:
O, Wim van Dolder
Van ki, van Ka van Koetjeboe
ging hij naar Rhenen toe
Hij dacht daar zit je veilig Wim
en voor ik weer op koeien klim
Van bil, van bal, van bolleboos
Wacht ik een hele poos
refrein:
O, Wim van Dolder,
Van bil, van bal, van bolleboos,
Wacht ik een hele poos
Maar Willem zat daar heel niet goed
Verdween hij maar op lichte voet
Van tri, van tra, van trammelant
al naar een heel ver land
refrein:
O, Wim van Dolder
Van tri, van tra, van trammelant
Al naar een heel ver land
Want Willem,o die stomme hond
Wist niet wat hem te wachten stond
Er stond voor hem van tureluur
Een potjer op het vuur
refrein:
O, Wim van Dolder
Er stond voor hem van tureluur,
Een potje op het vuur
Want Aartje praatte in de buurt
Toen heeft het niet lang geduurd
Van ki, van ka, van koekepan
Of ieder wist ervan
refrein:
O, Wim van Dolder
van ki, van ka, van koekepan
of ieder wist ervan
Ook broeder Jacob, vol fatsoen
most nog een duit in 't zakje doen
En toen van ti, van ta, tippetap
Begon de achterklap
refrein:
O, Wim van Dolder
En toen van ti, van ta, tippetap
Begon de achterklap
De rechters in 't stadhuis tesaam
Die hoorden weldra Willems naam
Van gik, van gak, o gruttogod
Wim moest toen in 't cachot
refrein:
O, Wim van Dolder
van gik, van gak, o gut o god
Wim moest toen in 't cachot
En bleef van toen af jaren steeds
Twee honderd vijftig jarten reeds
van vla, van vlo, van flierefluit
Hij kwam er nooit meer uit
refrein:
O, Wim van Dolder
van vla, van vlo, van flierefluit
Hij kwam er nooit meer uit
Want waarlijk van die jaren her
ligt nu nog in de raadskelder
vol schi, vol scha, vol schaamte
Zijn uitgebleekt geraamte!
refrein:
O, Wim van Dolder
vol schi, vol scha, vol schaamte
Zijn uitgebleekt geraamte!