Hoe een visserman de verleiding kan weerstaan en de zeemeermin een kermisatractie wordt
Daar vaart een arme visserman,
Door Tesselstroom naar zee.
Hij vist al wat vissen kan
Maar 't zit vandaag niet mee.
Refrein:
Varen, varen , over de zee
Varen, varen, altijd maar door
Ongelooflijk wat geschied.
'k Zing het u voor.
Ik doe mijn best, ik zet mij schrap.
Gedachtig aan mijn kroost.
Doch vang slechts kwaje duivelskrab
Met compliment van Joost.
Refrein:
Vissen, vissen, haal het net weer op
vissen, vissen, telkens vang ik bot
of nog meer duivelskrab
uit het ruime sop
Wat daar opeens naar boven schiet?
Een meermin, vol en rond.
Zij slaat heur staart, zij zingt een lied,
Zij kamt heur lokken blond.
Duik met mij onder, visserman
In schoon-opalen zaal;
Gij sluimert in mijn armen dan,
Als mossel in zijn schaal.
Refrein:
Sluimer, sluimer in mijn armen dan
sluimer, sluimer, heb je in mijn ban
Slaap in Morheusarmen,
in het ruime sop
Wat moet de arme visser doen?
Hij vangt haar in zijn net
Hij toont haar thans, voor een dubloen,
In 't kermiskabinet.
Refrein:
Nooit meer varen, nooit meer over zee,
Ga nu elke kermis af
verdien mijn daaglijks brood
met de zeemeermin.
